OVERZICHT

(Uittreksels uit het onderzoek van Marcel Poulet voor een tijdschrift voor keramiek en glas)

De steenbakkerij La Briqueterie de Courboissy bevindt zich ten noorden van de gemeente Charny, gelegen in een wallenlandschap in het uiterste noordwesten van de streek tussen la Puisaye en le Gâtinais, midden in de natuur.
De klei werd in het begin gewonnen in de buurt (150 m) in een groeve die eigendom van de fabriek was. Het betrof gele klei waaraan men 10 tot 30% rivierzand en 5% grijze klei uit Moutiers toevoegde.

De aarde werd in een trechter gestrooid. De aarde liep vervolgens als gevolg van de zwaartekracht door naar een mengmachine. Zij werd vervolgens via een lopende band naar een vermaler met twee verticaal geplaatste stalen slijpstenen vervoerd. De klei werd door de slijpstenen verbrijzeld en samengeperst tegen een rooster en vervolgens opnieuw via een lopende band naar een vermaler met cilinders vervoerd, voor een fijnere vermaling, waarna zij in een mengmachine met dubbele schroef van Archimedes terecht kwam, waar zij werd bevochtigd en gehomogeniseerd. Via een lopende band ging zij naar een vacuüm extrusiepers, die zij verliet via een leiding met de maat van de te vervaardigen producten.

De bakstenen werden op rekken geplaatst. Deze werden vervoerd naar de drooghallen of naar de twee heteluchtdrogers met ieder een inhoud van ca. 120 m3. Hete lucht werd door een blaasinrichting via vier met een rooster beschermde openingen op de bodem van beide droogmachines geblazen en door vier aan het plafond bevestigde ventilatoren gemengd. De hete lucht werd verkregen uit de hitte van de dichtstbijzijnde ovens.

De bakstenen werden vervolgens naar de oven vervoerd en hierin geplaatst. De vloerplaat van de ovens was opengewerkt om de vlammen te laten ontsnappen, zodat een plank nodig was om de bakstenen geleidelijk aan in de oven te schijven en deze werd langzaam weer uit de oven verwijderd, totdat de oven vol geladen was. De bakstenen werden op de grote smalle zijde geplaatst in « dwarsmuren » ten opzichte van de laaddeur en met ruimte onderling om de vlammen ruimte te geven.

Wanneer de oven vol was, werd de laaddeur afgesloten door met mortel van klei en zand bedekte bakstenen. Er waren drie kleine cilindervormige kijkgaten om aan de kleur van de bakstenen te bepalen of het bakken voltooid was en zo ook de temperatuur te kunnen bepalen.

OVENS

De fabriek heeft vier ovens die achterin de drooghallen geïnstalleerd zijn.

- een oven van ca.30 m3 met 4 vuurhaarden.
- Een oven van ca.40 m3 met 6 vuurhaarden.
- Een oven van ca.40 m3 met 6 vuurhaarden.
- Een oven van ca.40 m3 met 6 vuurhaarden.

Het betreft ovens met omgekeerde vlammen en vuurhaarden aan de zijkant. De vlam stijgt op via de schoorstenen aan de binnenzijde, langs de wanden, kruipt omhoog via het gewelf en ontsnapt via de opengewerkte vloerplaat in een geul die naar de schoorsteen van de vier ovens en buiten de bedrijfsruimte geplaatst is.

Het bakken geschiedde in twee fasen: De eerste dag werden de vuurhaarden slechts aan één zijde aangestoken en van brandstof voorzien. De tweede dat werd de andere zijde aangestoken en van brandstof voorzien en werd de eerste zijde alleen bijgehouden. In deze eerste fase werd ’s nachts tussen 22.00 u en 6.00 u niet verhit. Hierna volgde een periode van 40 uur met hoog vuur, waarin alle vuurhaarden ongeveer ieder kwartier gevuld werden. De temperatuur liep op tot ca. 1300 °C. Deze werd bepaald, enerzijds door de kleur in de oven, en anderzijds door metalen stangetjes door het gewelf heen te steken, tot aan de stapel bakstenen. Door het terugtrekken van de massa door de werking van de hitte kwamen de stangetjes naar beneden. De ervaring leerde de mate van terugtrekken te beoordelen en zo te weten hoe ver het bakken gevorderd was. Voor iedere ovenlading werd ca. 60 kubieke meter gebruikt.

Per week werd er gemiddeld twee keer gebakken. Aangezien er vier ovens waren, konden deze om en om gebruikt worden, waardoor wachttijden vermeden werden: één oven koelde af, een andere was aan het bakken, de derde werd gevuld en de vierde wachtte, enz…

Aan het einde van de baktijd werden alle vuurhaarden zorgvuldig met bakstenen en mortel van klei en zand afgedicht, om een te snelle afkoeling te voorkomen. Na drie tot vier dagen begon men de kleine kijkgaten bovenop het gewelf te openen, gevolgd door de bovenzijde van de deur. Na één week kon men beginnen de bakstenen uit de oven te halen.

EEN FAMILIEGEBEUREN

In dit familiebedrijf hebben diverse generaties elkaar opgevolgd. De steenbakkerij heeft vier generaties Gauthier gekend. De steenbakkerij werd in 1890 opgericht door Désiré Gauthier, de overgrootvader, die in een steenbakkerij in Marchais-Béton (10 km zuidelijker) werkte. Na de dochter van zijn baas getrouwd te hebben, richtte hij zijn eigen bedrijf op in Courboissy. Zijn zoon Raymond Gauthier volgde hem op. Toen deze overleed, werd de onderneming in 1980 een B.V., die geleid werd door zijn dochter Ginette Sauvageon, die de leiding van het bedrijf vervolgens overdroeg aan haar dochter, Mevrouw Beaufils. Maar in de jaren ’80 ging de ambachtelijke productie langzaam achteruit. De economie stagneerde, met name in de bouw, waardoor de vraag aanzienlijk afnam. Bovendien leidden in 1987 problemen in de vervaardiging, waar men nog steeds geen verklaring voor heeft, maar die waarschijnlijk het gevolg van defect materiaal waren, tot een productiestop van vier maanden, gevolgd door een proefperiode, waardoor veel klanten wegliepen. Voor de fabriek staan alleen nog de twee huizen onder één kap, die dienst deden als kantoor en waar de enige nog overgebleven afstammeling van deze steenbakkersfamilie woont.

In 2000 wordt de steenbakkerij overgenomen door twee ambachtelijke steenbakkers, Chantal Cailleau en Gilles Nadal. Er worden geen bakstenen meer gebakken, de – volledig ambachtelijk gebleven – productie richt zich nu op plavuizen en terracottategels. Het is tegenwoordig één van de laatste steenbakkerijen van Frankrijk die technieken toepast die sterk met de oude traditie verbonden zijn, want uitgezonderd de fase van voorbereiding van de klei en het vormgeven van de blokken wordt al het andere werk nog op dezelfde wijze uitgevoerd als in de tijd van de oprichting van de fabriek, meer dan een eeuw geleden.

De kleiblokken worden door middel van een pianosnaar in plakken gesneden, die, afhankelijk van de vraag, in een vierkante of zeshoekige vorm geperst worden. Na een droogtijd van drie weken op rekken worden de plakken in de ovens van de steenbakkerij op vuurvaste bakstenen gelegd en gedurende twee dagen en één nacht gebakken. Door op 1150 °C te bakken, zijn de tegels minder poreus en sterker.

De troeven van de productie van Courboissy blijven groot, door het specifieke uiterlijk dat gegarandeerd wordt, iets wat hoe langer hoe zeldzamer wordt, waardoor de producten gewild zijn voor restauratiewerkzaamheden, maar ook in de nieuwbouw die het karakter van de regio wil behouden. Het bedrijf blijft ambachtelijk, enerzijds met een klein aantal voor vele taken inzetbare personeelsleden en anderzijds door het feit dat een groot deel van de handelingen nog steeds handmatig uitgevoerd wordt.

Terres Cuites de Courboissy - Hameau de Courboissy - 89120 Charny - Tél. 03 86 63 71 20 - Fax 03 86 63 66 54 -